Wanneer Thomas Breens van zijn uitgever de vraag krijgt om de dagboeken van de Engelse schrijver Freddie Greenwood te vertalen, zegt hij onmiddellijk ja. Greenwood is een idool uit zijn studententijd. Ze hebben elkaar één keer ontmoet, op een gedenkwaardige avond in de zomer van 1989, in Lagardelle, het prachtige vakantiehuis van de schrijver in de Bourgogne. Omdat Thomas met een paar technische vertaalvragen zit, maken ze na 35 jaar een nieuwe afspraak.
Het weerzien met Freddie en zijn vrouw is allerhartelijkst, maar de tijd heeft de schrijver geen goed gedaan. Verzuurd, verarmd en door zijn Franse buren weggepest uit zijn mooie huis, zint Greenwood op een fantasierijke wraak.
Tegen hun zin worden Thomas en Kristien meegezogen in de duivelse machinaties van een teleurgestelde, bijna vergeten schrijver en zijn obsessieve haat-liefdeverhouding met de verleidelijke Parijse studente Jocelyne Labriet die onverwacht, na al die tijd, opnieuw in de streek van de Loire is opgedoken.
De bodem van de Loire – Uitgeverij Parador (2026)
In zijn bungalow in de Kempen krijgt de excentrieke verzamelaar Theodor Baars onverwacht bezoek van twee Engelen van de Laatste Dagen, een sekte die de mensheid wil behoeden voor het Armageddon, de definitieve wereldbrand.
Mediamagnaat Hugo Keizer is wanhopig. Marijke, zijn vrouw, heeft na Hugo’s zoveelste avontuurtje de deur van hun kapitale villa achter zich dichtgeslagen en zint op wraak. Keizer, een oud-drinkebroer van Thomas Breens, roept diens hulp in om haar terug te vinden. Hoewel Thomas zijn vriendin een rustige vakantie in Italië had voorgespiegeld, reizen ze met Keizer naar alle plekken in Frankrijk waar Marijke nog een rekening met haar man te vereffenen heeft.
Op een zonnige middag in juni krijgt Thomas Breens in Villa On Genoegen het bezoek van een enthousiaste fan. William Rossin is een gepensioneerd rechter, die dweept met de misdaadverhalen van Agatha Christie. Hij heeft maar één wens: zelf een boek te kunnen schrijven. ‘Maar,’ zegt hij ‘ik heb niet de minste fantasie.’ Thomas raadt hem aan een cold case weer op te rakelen: een oude, nooit opgeloste misdaad uit 1974, waarbij Rossins stiefvader de dood vond in een ravijn in de bossen van de provincie Namen.
Wanneer cineast Frederik De Ridder een lovende film wil maken over het leven van de Vlaamse schrijver Henri Darren, laat een onbekende saboteur de opnamen in het honderd lopen.