Op een dag dient Hannes Wageneer, een 64-jarige man, zich aan bij de politie van Leuven. Hij vertelt hoofdinspecteur Thomas Berg dat zijn ex-partner, de beroemde toneelacteur Elias Wullaert, door zijn nieuwe, veel jongere vriend Lenard Degraaf van de trap is geduwd in het antieke theater van Epidauros. Het motief voor de moord ligt voor de hand: Wullaert was steenrijk.
De Griekse politie is van oordeel dat het om een ongeluk gaat, maar Wageneer heeft een aan Wullaert gerichte ansichtkaart gevonden met daarop één woord dat in drie delen is gesplitst: LA-FA-ARD! Volgens Wageneer wijst de beschuldiging erop dat zijn ex-vriend wel degelijk is vermoord.
Berg hecht geen geloof aan het verhaal, maar als blijkt dat Degraaf in Wullaerts testament staat moet hij de zaak wel onderzoeken. Aanwijzingen van kwaad opzet zijn evenwel niet te vinden. Tot er in Leuven een tweede slachtoffer valt en Berg de ware betekenis van het woord LA-FA-ARD achterhaalt. Wat volgt, is een bizar en zenuwslopend onderzoek dat tot verbijsterende resultaten leidt.
De drogreden – Uitgeverij Houtekiet (2025)
Het verhaal speelt zich af in 1990. Berg is twintig en studeert theologie in Leuven. Tijdens het academiejaar gebeurt er iets waarin hij ongewild betrokken raakt en dat verregaande gevolgen zal hebben, niet alleen voor de universiteit, ook voor zijn eigen leven.
Op een bouwterrein in Leuven wordt een Poolse arbeider gevonden met een gapende wond aan het hoofd. Korte tijd later overlijdt de man in het ziekenhuis. Hoofinspecteur Thomas Berg en zijn team vermoeden dat de moord te maken heeft met een loods vol dure oldtimers die dicht bij de plaats delict staat en eigendom is van Simon Bonen, de broer van Freya, sinds een halfjaar Bergs vriendin. Als er een tweede slachtoffer valt, komt zowel Berg als zijn relatie met Freya zwaar onder druk te staan omdat werk en privéleven almaar meer door elkaar beginnen te lopen. Berg heeft moeite om de nodige professionele afstand te bewaren en komt terecht in een chaos aan emoties. Daardoor dreigt hij zijn greep op het moordonderzoek te verliezen.
In de tuin van een oud Leuvenscollege vinden enkele spelende kinderen het naakte lichaam van een jonge vrouw die op een bijzonder wrede manier om het leven is gebracht. De dader heeft haar een bizar attribuut meegegeven, samen met een mysterieus zinnetje dat doet vermoeden dat hij het niet bij dit ene slachtoffer zal laten.
Thomas Berg, hoofdinspecteur bij de Federale Politie van Leuven, krijgt op een dag de vraag van zijn buurvrouw Tine om samen naar de film Slagschaduw te gaan kijken. De prent vertelt het verhaal van een uit de hand gelopen burenruzie over een boom in de tuin van het ene koppel die het licht wegneemt uit de tuin van het andere. Tenminste, dat lijkt zo, maar volgens Tines zus Karlien is er iets heel anders aan de hand. De regisseur van de film is haar ex-man en Karlien is ervan overtuigd dat de film symbolisch is en een verschrikkelijk geheim onthult over de plotse dood van haar vriend. Berg laat zich overhalen om naar de bioscoop te gaan. De film is spannend en heeft een onthutsend slot, meer is er zijns inziens niet aan de hand. Wanneer Karlien hem een reeks argumenten geeft die haar vermoeden moeten staven, blijft Berg bij zijn mening, maar door de corona-epidemie heeft hij niets omhanden en uit verveling besluit hij om de zaak toch te onderzoeken. Wat hij stap voor stap ontdekt, is zo gruwelijk en ongelooflijk dat hij geen idee heeft hoe hij ooit Karliens gelijk kan bewijzen.