In het Meerdaalwoud, ten zuiden van Leuven, wordt het lijk gevonden van een jogger wiens schedel is ingeslagen. In de zak van zijn short treft de politie een vrouwenslipje aan met roze cupido’s erop. Bij hoofdinspecteur Thomas Berg roept deze macabere ontdekking meteen een reeks pertinente vragen op: waarom zat er een slipje in de broekzak van deze man? Heeft het iets te maken met de moord? Maar vooral: aan wie behoort het toe?
Alle vrouwen die bij de zaak betrokken kunnen zijn worden aan de tand gevoeld, maar de eigenares van het stukje ondergoed blijft onbekend. Berg is er halsstarrig van overtuigd dat het slipje verband houdt met de moord, tot een ander ongewoon voorwerp die rol opeist. Of zit hij opnieuw op het verkeerde spoor?
Het onvermogen – Uitgeverij Houtekiet) (2026)
Op een dag dient Hannes Wageneer, een 64-jarige man, zich aan bij de politie van Leuven. Hij vertelt hoofdinspecteur Thomas Berg dat zijn ex-partner, de beroemde toneelacteur Elias Wullaert, door zijn nieuwe, veel jongere vriend Lenard Degraaf van de trap is geduwd in het antieke theater van Epidauros. Het motief voor de moord ligt voor de hand: Wullaert was steenrijk.
Het verhaal speelt zich af in 1990. Berg is twintig en studeert theologie in Leuven. Tijdens het academiejaar gebeurt er iets waarin hij ongewild betrokken raakt en dat verregaande gevolgen zal hebben, niet alleen voor de universiteit, ook voor zijn eigen leven.
Op een bouwterrein in Leuven wordt een Poolse arbeider gevonden met een gapende wond aan het hoofd. Korte tijd later overlijdt de man in het ziekenhuis. Hoofinspecteur Thomas Berg en zijn team vermoeden dat de moord te maken heeft met een loods vol dure oldtimers die dicht bij de plaats delict staat en eigendom is van Simon Bonen, de broer van Freya, sinds een halfjaar Bergs vriendin. Als er een tweede slachtoffer valt, komt zowel Berg als zijn relatie met Freya zwaar onder druk te staan omdat werk en privéleven almaar meer door elkaar beginnen te lopen. Berg heeft moeite om de nodige professionele afstand te bewaren en komt terecht in een chaos aan emoties. Daardoor dreigt hij zijn greep op het moordonderzoek te verliezen.
In de tuin van een oud Leuvenscollege vinden enkele spelende kinderen het naakte lichaam van een jonge vrouw die op een bijzonder wrede manier om het leven is gebracht. De dader heeft haar een bizar attribuut meegegeven, samen met een mysterieus zinnetje dat doet vermoeden dat hij het niet bij dit ene slachtoffer zal laten.