Tagarchief: biografie

VVMA Lid: Bob Van Laerhoven

BB2013_BobVanLaerhovenBob Van Laerhoven (1953) is journalist, globetrotter en columnist. Hij publiceerde een groot aantal romans, reisboeken, thrillers, korte verhalen, jeugdboeken en toneelstukken. Met De wraak van Baudelaire won hij de Knack Hercule Poirot-prijs 2007.

Bibliografie :

2014 : De schaduw van de Mol

2013 : De wraak van Baudelaire

2013 : Alejandro’s leugen

2011 : Zwart water

2010 : Witse – Eeuwige liefde

2010 : Terug naar Hiroshima

2009 : De vrouw die van Dante hield

Auteur: Belinda Aebi

Biografie:

bb16_aebiDe ‘goesting’ om te schrijven, begint bij het levensverhaal van mijn vader.

Hij is de oprichter en bezieler van Rodania, het horlogemerk dat hij als 19-jarige Zwitserse knaap in België op de rails kwam zetten. Samen met mijn moeder, jawel, zijn eerste secretaresse en kort nadien zijn echtgenote, laat hij de kleinschalige firma in een voor hem onbekend Brussel, evolueren tot een dynamisch en succesvol bedrijf.

Onze ouders, (ik heb broer en zus) die van Rodania een
topmerk zouden maken, dat kon niet onbeschreven blijven, dat zouden onze kinderen en kleinkinderen later lezen, wat zeg ik, ‘moeten’ lezen! (verplichte lectuur!)

In 2008 besluiten ze, op dat moment 75 en 76 jaar jong, dat
het welletjes is geweest en gaan op rust. Ze hebben overschot van gelijk.
Ze kunnen met voldoening en fierheid terugblikken op een bewogen en bruisende loopbaan. In de lente van 2008, krijg ik zin om de biografie van mijn vader, Manfred Aebi, in een boek te gieten, als kers op de taart, als vorm van bewondering en appreciatie.

Zo rolt in 2009 ‘Swiss Made’ van de pers, het relaas van een warme self-made man, een retrospectieve van de groei van een horlogebedrijf doorspekt met spitante, familiale anekdotes.

Tijdens het werken aan het boek, leer ik mezelf een stukje beter kennen, in dien verstande dat ik voel dat ik aan het proces van het neerpennen, een immens plezier beleef.

Na ‘Swiss Made’ had ik binnen in mij één en ander voelen verschuiven. Was het de schrijfmicrobe die zich in mijn lijf genesteld had? Nu kan ik hier volmondig ‘ja’ op antwoorden, want ze is blijven zitten en ze valt steeds harder aan, zonder dat ze me ziek maakt. Wat nog meer is, ik heb het graag, dat ze me prikt en dooreen schudt.

Na ‘Swiss Made’, sla ik een andere piste in, die van het misdaadverhaal, want ik wist nu zeker dat ik wilde schrijven, maar dan iets waar spanning in zat, iets waar je ongeduldig verder in wilde lezen, iets wat intrigeerde en zou blijven hangen.

Of ik het kon, heb ik me hooguit drie seconden afgevraagd, het ging erom dat ik het zo graag deed en mezelf wilde uitdagen.

Marilyn Monroe sprak ooit de wijze woorden ( en ja, naar het schijnwas ze écht blond) : ‘I wasn’t the prettiest, I wasn’t the most talented, but I wanted it more than anybody else.’

Daar draait het om in dit leven, als je iets echt ‘wilt’, komt het wel, er is maar één voorwaarde, je moet het ‘hard genoeg’ willen. Ik heb op een dag mijn voeten onder tafel gestoken, mijn pc opgestart en mijn vingers op het toetsenbord gelegd. Ze lagen daar goed.

Het was werken, ik zag of hoorde haast niemand, maar het voelde als dikke fun.
Sindsdien schrijf ik dagelijks, soms enkele uren, vaak een hele dag.
Soms sta ik op, midden in de nacht, en schrijf een woord of enkele zinsflarden op, zonder het licht aan te steken, mijn notaboek met zijn onafscheidelijke balpen ligt naast mijn bed, ik kan het blindelings opschrijven.

Ik geniet van het fantaseren, van de vrijheid die ik heb in mijn hoofd, van het opzoeken van thema’s, van het gaan praten met mensen die er veel over weten.
Het meeste geniet ik natuurlijk van het bedenken van een plot, en dat zorgt vaak voor slapeloze nachten en een rothumeur. Tot ie er dan is, en alle puzzelstukjes in elkaar vallen, dat is het allermooiste moment, een zeepbel die plots open springt.

In de periode 2010 en 2016 publiceerde Belinda Aebi zeven misdaadromans in de reeks rond de Gentse onderzoeksrechter Maud Gelderman. In 2017 verscheen haar eerste stand-alone: ‘Troebel water’.

Website: http://www.belinda-aebi.be 

Bibliografie :

  • Dubbelspel – Uitgeverij Manteau WPG (2010)
  • Het geluid van stilte – Uitgeverij Manteau WPG (2011)
  • Het container meisje – Uitgeverij Manteau WPG, (2012)
  • Darkroom  – Uitgeverij Manteau WPG (2013)
  • Zigeunerbloed  – UitgeverijUitgeverij Manteau WPG (2014)
  • Nepvlees  – Uitgeverij Manteau WPG (2015)
  • Blow-up  – Uitgeverij Manteau WPG (2016)
  • Troebel water  – UitgeverijManteau WPG (2017)
  • Ademnood  – Uitgeverij Lannoo (2018)
  • Comeback  – Uitgeverij Lannoo (2018)
  • Het dorp – Uitgeverij Hamley Books (2020)

VVMA Lid: Jonathan Sonnst

fotoJonathanSonnst0010

Naam: Geert Den Haerynck

 Alter ego: Jonathan Sonnst

Geboortedatum: 06.07.1976

 Geboorteplaats: Eeklo

Broodwinning: leraar geschiedenis

 Eregalerij: nominatie Diamanten Kogel, winnaar Hercule Poirotprijs 2003

IN HET LANG & BREED:

Mijn jaargenootjes in de lagere school van Eeklo, lichting 1976, wilden onveranderlijk piloot worden, of brandweerman – het liefst nog allebei. Ik daarentegen, verkondigde trots dat ik later, als ik groot was, een speelgoedontwerper zou zijn. Dan zou ik me nooit hoeven te vervelen… Intergalactische detective / huurmoordenaar / ninja was een goede tweede. Dat idee was ontsproten na het consumeren van een eindeloze voorraad spannende jongenspulp. Al spoedig schakelde ik van passief naar actief over en krabbelde hele schriftjes vol met de belevenissen van mijn zelfbedachte held Olav Brons. Een intergalactische detective / huurmoordenaar / ninja, natuurlijk.

Vervolgens gooiden ze me in de Darwiniaanse vijver van het middelbaar. Het toen nog niet-gemengde college waar ik schoolliep hield er een Nietzschiaanse pegadogie op na: wat je niet dood maakt, maakt je sterker. Daar ik een minkukel in wiskunde en bij uitbreiding zowat elke exacte wetenschap was, en eveneens beladen met het soort achternaam waar je belegen grappen van bakt, beleefde ik er tal van bijna-dood-ervaringen. Buitensporige trauma’s liep ik er niet op, wel een acute vorm van sarcasme.

 Lezen bleef ik inmiddels, in overtreffende trap. Alistair MacLean, Jack Higgins, Ludlum… ik verslond ze tot ik er ezelsoren van kreeg.

 De lessen Duits en de Rome-reis, beiden in het vijfde jaar, verdienen bijzondere vermelding. Beiden waren immers de verloskundigen van mijn alter ego Jonathan Sonnst.

Wij moesten van die knullige dialoogjes instuderen, ‘im Kaufhaus’ bijvoorbeeld. Er was een immer mannelijke klant en een steevast vrouwelijke verkoopster. (Ja, aan seksisme werd toen nog volop gedaan, mijnheer.)

Om ondoorgrondelijke redenen moest ik altijd de winkeltrut voor mijn rekening nemen. Als je er niet dood van etc. Dan verkocht ik ‘Zwiebeln’ en ‘Kartoffeln’ en vooral veel van ‘das Meerrettich’, waardoor ik jarenlang verkeerdelijk meende dat Duitsers massaal mierikswortel consumeerden. Mijn (bijna) laatste zinnetje luidde onveranderlijk ‘Sonnst noch etwas?’ De klankkleur van dat eerste woord fascineerde me zeer.

Naar Rome, dat betekende een ellenlange busreis… en ik zat zonder boek. Ik legde een dagboek aan , maar liet gaandeweg mijn gedachten de vrije loop. Na tien dagen had ik de opzet van een thriller. Held van dienst: Jonathan Sonnst. (Je moet eerst veel slechte boeken lezen alvorens je zelf een goed verhaal kan schrijven. Dit was het nog niet.)

Wat na het middelbaar? Hoofdbrekers koesterde ik niet. Het zou geschiedenis worden, in Leuven. Ik bleef er manuscripten klaarstomen, geen van allen erg beloftevol – op eentje na, waar ik bleef aan sleutelen.

Tegen de tijd dat ik de alma mater gedag zwaaide, gloorde het onderwijs reeds aan de kimme.

Sindsdien is het erg snel gegaan. Ik kreeg mijn kindje – achtereenvolgens als ‘Dies Irae’, ‘De Johannesbroodboom’ en uiteindelijk ‘Deadline’  gedoopt – geparkeerd bij Van Halewyck in 2000.

Nadien volgde nog ‘Dansende Asse’. Kort daarop volgde de overstap naar Manteau en het ‘annus mirabilis’ 2003, waarin ik de Hercule Poirot voor de beste Vlaamse misdaadroman pakte.

Achtereenvolgens verschenen ‘Pijnhandel’, ‘Exit’, ‘Waterspuwer’ en ‘Mevrouw de dictator’. Na nummer acht, ‘Comeback’, beëindigde men de samenwerking. 

In 2012 maakte ik de overstap naar Uitgeverij Witsand, en startte de reeks rond voormalig huurlinge en advocate Erica Steen. Tot nu toe verschenen twee delen: ‘Heden rood, morgen dood’ en ‘Dode honden bijten niet’.

Ik geef nog altijd fulltime les in het middelbaar (geschiedenis) en ik schrijf nog altijd. Nee, intergalactische detective / huurmoordenaar /ninja ben ik nooit geworden, wel the next best thing.

BIBLIOGRAFIE :

  • ‘Deadline’ (Van Halewyck, 2000)
  • ‘Dansende Asse’ (Van Halewyck, 2001)
  • ‘Locombia’, kortverhaal voor de bundel ‘De beste misdaadverhalen van Vlaanderen’ (Manteau, 2002)
  • ‘Razborka’ (Manteau, 2003)
  • ‘Pijnhandel’ (Manteau, 2004)
  • ‘Mijn lieve oorlog, ik mis hem zo’, kortverhaal voor het Vlaams Fonds voor de Letteren ter gelegenheid van het Europees ‘Krimiproject’ rond de Spaanse auteur Manuel Vazquez Montalban
  • ‘Exit’ (Manteau, 2005)
  • ‘Waterspuwer’ (Manteau, 2007)
  • ‘Www.uwbestevriend.com’ (kortverhaal voor maandbladChé, mei 2007)
  • Engelstalige dialogen voor next-gen RPG van Larian Games, ‘Divinity 2’
  • ‘Chicago Mob’ vertaling voor Uitgeverij Vrijdag
  • ‘Mevrouw de dictator’ (Manteau, 2009)
  • ‘Comeback’ (Manteau / WPG Uitgevers, 2011)
  • ‘Vuil spel’ (Witsand, 2012)
  • ‘Heden rood, morgen dood’ (Witsand, 2013)
  • ‘Doden honden bijten niet’ (Witsand, 2014)
  • ‘Syrië zien en sterven’ (Witsand, 2016)

Auteur: Wim Menheer

Biografie

foto wim Menheer 1Wim Menheer werd geboren in Borgerhout op 21 augustus 1937. Studeerde aan het Koninklijk Atheneum in Antwerpen. Hij schreef enkele teksten in het schoolblad “Ars” maar vanaf dan volgde een literaire stilte. Hij ging werken als verkoper in een fotozaak en trouwde in 1962 met Frieda Borms. In 1968 verhuisde hij naar Tienen waar hij eerst als gerant en vanaf 1985 als eigenaar een fotozaak runde. Hij kreeg een dochter, Eva. In de vrije uren deed hij intens aan badminton en richtte in 1970 de club “Badminton Tienen” op waarvan hij tot in de jaren tachtig voorzitter was. Na een meniscusoperatie moest hij het op sportief vlak wat rustiger aan doen. Toen nam hij de pen weer op.

In 1989 verscheen ‘In de schaduw van de eik”, een verhalenbundel waarin een zoektocht zat verborgen. Toen, en waarschijnlijk ook nu nog, een bijzonderheid en een unicum in de uitgeverswereld. Vanaf het begin van de jaren negentig begon hij ook met poëzie met publicaties in de tijdschriften Gierik, Appel en Verba. Hij behaalde verschillende prijzen, o.a in de Jules Van Campenhoutprijs in Meise, de cc Boontjeprijs in Sint Niklaas, poëzieprijzen van Ieper, Merendree, Oostende, Sint Truiden. In 2000 werd hij laureaat van de Jeanne Vandeputteprijs in Blankenberge. Hij trad toe tot het dichterscollectief “Mengmettaal” in Leuven.

In 1998 verscheen zijn eerste misdaadroman : ‘ Het purperen oog’.

Bij de heropstart van het tijdschrift Verba in 2002 werd hij hoofdredacteur en in datzelfde jaar verscheen de foto-poëziebundel “ Spoorloos. Reizen in woord en lens.” De gedichten zijn ontstaan naar aanleiding van de aanleg van de hogesnelheidstrein tussen Brussel en Keulen. Foto’s van een verwoest landschap. Een poëtische evocatie van het onherroepelijke.

In 2005 verscheen de foto-poëziebundel “ Bijna thuis”. Een verzameling van 25 sonnetten die gegroeid zijn uit de bezoeken die de dichter-fotograaf bracht aan rusthuizen in Tienen en omgeving om er pasfoto’s te maken van de bewoners. Een confrontatie met de essentie van leven en dood. Deze bundel werd genomineerd voor de poëzieprijs van Merendree.

Samen met Danny Rega bracht hij in maart 2012 de bundel ‘Raadsels in Goud’, gedichten naar schilderijen van Gustav Klimt.

Bibliografie misdaadromans

  • Het purperen oog  – Uitgeverij Verba, Vereniging Brabantse Auteurs (1998)
  • Alfred Lek – Uitgeverij Kramat (2008)
  • Wurgend Mooi – Uitgeverij Kramat (2011)
  • n het oog van de lens – Uitgeverij Verba, Vereniging Brabantse Auteurs (2014)(nominatie Diamanten Kogel 2014),
  • Morgenster – Uitgeverij Ellessy, (2016)
  • Dodenzang – Uitgeverij Verba (2017)
  • Het weerzien  – Uitgeverij Het Punt (2019)

VVMA Lid: Jos Pierreux

Pierreux, Jos 1_2009

Jos Pierreux (19 december 1957) is een Vlaamse schrijver. Hij woonde tot begin 2012 in Pepingen. Toen werd hij professioneel auteur en ging in Knokke en Halle wonen. De meeste van zijn misdaadverhalen (met inspecteur Luk Borré vaak in een hoofdrol) spelen zich in de badstad af.

Bibliografie